Een opgewekte sfeer hing er bij de Nederlanders op de Grüne Woche. ‘Waarom?’ zou je zeggen, want in eigen land hebben we natuurlijk allemaal sores, het gedoe over stikstof bijvoorbeeld. Maar tijdens de Grüne Woche komen ook de cijfers uit over de export en daar hoorde ik een nieuw record: 94,5 miljard export vanuit de Nederlandse agrarische sector. Dat is gigantisch! Het tweede exportland van de wereld.

Een opgewekte sfeer hing er bij de Nederlanders op de Grüne Woche. ‘Waarom?’ zou je zeggen, want in eigen land hebben we natuurlijk allemaal sores, het gedoe over stikstof bijvoorbeeld. Maar tijdens de Grüne Woche komen ook de cijfers uit over de export en daar hoorde ik een nieuw record: 94,5 miljard export vanuit de Nederlandse agrarische sector. Dat is gigantisch! Het tweede exportland van de wereld.

Aan de sores denken we dan even niet, als we met zijn allen bij de Grüne Woche zijn en dit soort nieuws krijgen. Met zijn allen, dat is dan de hele agri- en foodbusiness. Het is de meerwaarde van deze beurs: alles en iedereen tref je hier aan. Bewindslieden, Kamerleden en de top van het bedrijfsleven: je loopt iedereen tegen het lijf.

In het Holland Paviljoen staan volop Nederlandse bedrijven met hun producten en innovaties, want het is natuurlijk ook een consumentenbeurs. Anderhalf miljoen mensen, vooral Duitsers, bezoeken de Grüne Woche. Niet gering. En…. ik zag weer tulpen.

Tulpen en Kleintje Pils

Enkele jaren geleden was besloten dat het allemaal moderner moest daar. Veel ruimte voor vegetarische producten, geen vlees in de stands. Het grote tulpenveld op de beursvloer was verdwenen en de blaaskapel Kleintje Pils moest af door de zijdeur. Maar nu was alles weer in de oude, Hollandse Glorie hersteld. En de Duitsers zijn gek op Kleintje Pils: treden zij op, dan staat het bomvol bij de Nederlandse tulpenvelden! Ook een reden tot opgewektheid.

Een mooie, welvarende Hollandse koe had hier niet misstaan, maar voor levend vee zijn er de aparte Tierhalle.

Zelf oppakken

Anderhalve week later gaf ik in Dokkum een lezing voor zo’n honderd melkveehouders. Centraal stond de toekomst van de Nederlandse melkveehouderij. Ik kreeg het gevoel dat er bij de melkveehouders een redelijk optimisme heerst.  

De prijs van een liter melk schommelt rond de 35, 36 cent en daar kan een melkveehouder normaal gesproken best aardig op boeren. De internationale vraag naar zuivel stijgt licht: dat is op zich positief. En ook bij de burger staat de melkveehouder er nog altijd goed op. Vergeleken met een aantal jaar gelden trof ik dus ook bij de melkveehouders een grotere opgewektheid aan. Het fosfaatverhaal is wat uitgekristalliseerd en de stikstofkwestie is op het moment nog te weinig concreet. Er wordt vooral over gepraat in Den Haag.

Dus ja, wat ik dan op zo’n avond zeg tegen die veehouders?

“Heb je een gezond bedrijf, een gezonde financiering en ben je efficiënt zoals de meeste boeren zijn, met een goede productie van je koeien?

Dan is de ontwikkeling van de buitenlandse markt, de melkprijs, de binnenlandse consument, de relatie met de supermarkten en de harmonieuze relatie met je directe buren uiteindelijk veel bepalender voor de toekomst van je bedrijf dan ‘Den Haag’. Maar zorg er vooral voor dat ze het in ‘Den Haag’ zo min mogelijk over je hebben. Los problemen zelf op met elkaar, voor Den Haag zich ermee bemoeit!”

En dat geldt voor onze veelogistieke sector evengoed. We kunnen zaken beter zelf oppakken vóór de overheid met regels komt. Of dat nou Den Haag is, of Brussel.

Henk Bleker

Voorzitter Vee&Logistiek Nederland

Cookies

Wij maken gebruik van cookies. Meer hierover lees je in ons cookie statement.