Columns voorzitter

Code rood: als beleid gevaarlijker wordt dan hitte

“Het wordt een hete zomer,” werd ons voorspeld. Nou, die is begonnen. Niet alleen door de tropische temperaturen, maar vooral door de stroom aan onbegrijpelijke Haagse besluiten.

Bij mij thuis liep de temperatuur op tot 37 graden. En nee, ik woon niet in een glazen kas, maar in een uitstekend geïsoleerd huis met energielabel A++. Dat klinkt duurzaam. Tot de zon een paar dagen schijnt. Dan verandert zo’n huis in een oven en is een airco onmisbaar. En zo verdwijnt een deel van de energiewinst weer via het stopcontact. Op papier klopt het; in werkelijkheid blijkt het minder logisch.

Ook het KNMI liet zich niet onbetuigd. Al bij de eerste dag met temperaturen boven de 35 graden werd code rood afgekondigd. Natuurlijk is het verstandig mensen te waarschuwen. Drink voldoende water, vermijd zware inspanning en let op kwetsbare mensen. Daar is niemand op tegen.

Maar een code rood vanwege hitte die al om middernacht ingaat, is de wereld op zijn kop. We worden overspoeld met codes geel, oranje en rood. Het risico is levensgroot dat mensen er immuun voor worden. En juist op de dag dat een waarschuwing écht noodzakelijk is, haalt iedereen de schouders op.

Alsof dat nog niet genoeg was, besloot de NVWA de code rood letterlijk op te vatten. Werkzaamheden op de verzamelcentra werden stilgelegd. Terwijl tussen vier en tien uur ’s ochtends de temperatuur nog prima werkbaar was. Juist daarom worden dieren in warme periodes ’s nachts verzameld en vervoerd. Om hittestress te voorkomen. Maar wie de praktijk niet kent, ziet alleen de kleurcode. Daarbij werd gemakshalve vergeten dat dieren die eenmaal onderweg zijn of op een verzamelcentrum aankomen, door de bestaande regelgeving niet zomaar terug kunnen naar het bedrijf van herkomst. Goede bedoelingen ten spijt. De praktijk verloor het opnieuw van de systeemwereld.

Op de warmste dag van het jaar kwam daar ook nog eens de presentatie van de meest ingrijpende stikstofplannen in jaren bovenop. Plannen die diepe sporen trekken in de veehouderij, grote gevolgen hebben voor de akkerbouw en PAS-melders in de kou laten staan. De vergunningverlening blijft muurvast zitten en het kabinet doet alsof het probleem is opgelost.

Dat is misschien nog wel het meest frustrerende. De rechter toetst aan de wet. Maar wie maakt de wet? De overheid. Toch weigert diezelfde overheid de wet zo aan te passen dat vergunningverlening weer mogelijk wordt. In plaats daarvan worden ondernemers overladen met nieuwe regels, verboden en miljardenplannen die de kern van het probleem niet oplossen.

Voor de veehandel en het veetransport zijn de gevolgen enorm. Minder dieren betekent minder handel, minder transport, minder werk voor verzamelcentra en exporteurs. Familiebedrijven die al generaties lang onderdeel zijn van onze voedselvoorziening. Is er met de sector gesproken? Nee! Gevraagd naar de economische gevolgen? Nee! Gekeken naar de impact op het verlies van duizenden banen? Nee! En dan dringt zich een ongemakkelijke vraag op. Waarvoor hebben we nog een ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur?

De visserij is grotendeels gesloopt. Nu dreigt hetzelfde voor de veehouderij. Een ministerie zou moeten vechten voor voedselproductie, voor ondernemers en voor een sterke agrarische sector. In plaats daarvan lijkt het vooral beleid te produceren dat diezelfde sector steeds verder afbreekt. Als ik het vergelijk met de autobranche, voelt het alsof het ministerie zich vooral bezighoudt met de kleur van het ventieldopje op het achterwiel, terwijl de complete motor uit de auto wordt gesloopt.

Misschien is dát wel de echte code rood.

Niet de hitte. Maar vanwege het verlies aan gezond verstand. Een overheid die het contact met de praktijk is kwijtgeraakt. Een ministerie van Landbouw dat steeds minder aan landbouw doet.