Columns voorzitter
Van noaberschap tot democratische dictatuur
Noaberschap. We kennen het begrip allemaal. Nabuurschap, wederzijdse hulp. Naar elkaar omkijken. Voor elkaar klaarstaan bij feest, ziekte, overlijden of tegenslag. Zonder dat daar direct iets tegenover hoeft te staan.
In Friesland noemen ze het mienskip. Het Groningse woord ken ik niet, maar dat ze daar weten wat noaberschap is, heb ik met eigen ogen gezien.
Een week voor het protest in Brabant werd onze vicevoorzitter, Andries Kingma, benaderd door een initiatiefgroep van boeren. Ze wilden een informatieavond organiseren over de stikstofbrief van het kabinet. Wat staat erin? En vooral: wat betekent die straks op het boerenerf en voor de handel?
Andries hoefde niet lang na te denken. Het hotel van de familie Kingma in Aduard stelde de ruimte kosteloos beschikbaar. Inclusief koffie en na afloop een biertje. Andere sponsoren zorgden voor podium en geluid. Gewoon omdat je elkaar helpt als het tegenzit.
Want tegen zit het. Niet alleen voor boeren. Ook voor onze leden. Als de veestapel fors krimpt, raakt dat de hele keten.
Andries legde de lat nog wat hoger: ‘als er meer dan honderd mensen komen, krijgt iedereen na afloop een huisgemaakte gehaktbal.’ Dat heeft hij geweten.
De bijeenkomst moest naar buiten. Zelfs 360 stoelen in het naastgelegen weiland waren niet genoeg. Rond de 500 belangstellenden kwamen met trekkers, een enkele veewagen en auto’s naar Aduard. Vier inleidingen, vier invalshoeken, één heldere conclusie: de stikstofbrief moet van tafel. De stapeling van maatregelen heeft desastreuze gevolgen voor boeren én de bedrijven daaromheen.
Daarna werd met een biertje en de beloofde gehaktbal lang nagepraat. Ik vermoed dat in het hotel die avond de allerlaatste gehaktbal is uitgeserveerd.
Dát is noaberschap. Hoe groot was het contrast met wat ik de volgende dag in Brabant zag.
Daar wil de provincie vijf onherroepelijke vergunningen van pluimveehouders intrekken. Tijdens het spoeddebat in Provinciale Staten bleek dat vanuit het college en de verantwoordelijke gedeputeerde geen persoonlijk contact met deze ondernemers was gezocht. De pluimveehouders, wier toekomst vanaf dat ene telefoontje van een ambtenaar stilstaat, zagen de verantwoordelijke gedeputeerde daar voor het eerst.
Laat dat bezinken. Een overheid overweegt een besluit dat diep ingrijpt in bedrijven, gezinnen, investeringen en toekomstperspectief. Maar even bellen? Aan tafel? Luisteren naar het verhaal achter het dossier? Kennelijk niet.
Juist een overheid die zulke verstrekkende besluiten neemt, moet naast procedures de menselijke maat bewaken. Die menselijke maat kwam die dag niet van de overheid. Maar van de duizenden collega’s en burgers op het plein voor het provinciehuis. Ook verschillende van onze leden waren erbij. Vanzelfsprekend. Nu de boer, morgen zij?
En daarmee begint het steeds meer te voelen als een democratische dictatuur. We mogen stemmen en volksvertegenwoordigers kiezen, maar daarna lijkt het te vaak eenrichtingsverkeer: de overheid bepaalt, regels veranderen en de ondernemer heeft zich ernaar te voegen.
Of erger: MOB en gelieerde organisaties bepalen via procedures steeds nadrukkelijker de speelruimte van het beleid en treden tegelijkertijd op als betaald adviseur van de overheid. Natuurlijk mag iedereen procederen. Dat hoort bij de rechtsstaat. Maar wie bepaalt uiteindelijk de koers? De kiezer en zijn gekozen volksvertegenwoordigers, of Vollenbroek en consorten, waarbij Vollenbroek als ‘Jettenfluisteraar’ via de rechtszaal en aan de beleidstafel grote invloed weet af te dwingen?
Politiek beleid hoort te worden bepaald door democratisch gekozen volksvertegenwoordigers en goede wetten. Niet door degene die het vaakst of succesvolst naar de rechter stapt.
Daarom zeg ik: meneer Vollenbroek, stel u verkiesbaar. Leg uw plannen voor aan de kiezer. Als u wint, zit u aan de knoppen.
Maar ik denk het niet.
Misschien kan de politiek ondertussen eens naar Aduard. Niet alleen voor de huisgemaakte gehaktbal. Maar vooral voor een lesje noaberschap.