Columns voorzitter

Voedselzekerheid vraagt om realistisch beleid

De druk op de veelogistieke sector neemt toe. Politieke keuzes en maatschappelijke discussies hebben steeds meer invloed op het dagelijks werk van ondernemers. Niet alleen binnen onze sector, maar ook op het boerenerf en in de verwerkende industrie. Dat baart mij zorgen, zeker als het gaat om de voedselzekerheid in Nederland en Europa.

Als voorzitter van Vee&Logistiek Nederland zie ik van dichtbij wat maatschappelijke wensen en politieke keuzes betekenen voor ondernemers in de praktijk. Mensen die iedere dag hun werk doen met vakmanschap en verantwoordelijkheidsgevoel, maar tegelijkertijd worden geconfronteerd met steeds strengere regels, hogere lasten en toenemende maatschappelijke druk.

Steeds vaker gaat het zelfs verder dan dat. Ondernemers krijgen te maken met intimidatie, bedreigingen en activisme dat leidt tot onveiligheid. Niet alleen het bedrijf wordt geraakt, maar ook het gezin en de omgeving daaromheen. Dat vind ik onacceptabel en dat benoemen wij ook nadrukkelijk.

Juist daarom hebben wij ons het afgelopen jaar stevig laten horen. In Den Haag, in Brussel en in het maatschappelijke debat. Niet om overal tegen te zijn, maar om duidelijk te maken wat in de praktijk werkt en wat niet. Want beleid dat niet uitvoerbaar is, helpt uiteindelijk niemand. Niet de ondernemer en ook niet het dierenwelzijn.

De discussies over diertransport bij hoge temperaturen, de herziening van Europese transportregels, het verbod op elektrische drijfmiddelen, cameratoezicht op verzamelcentra en de gevolgen van de Wet open overheid laten zien hoe groot de impact van beleid kan zijn. Op deze dossiers hebben wij ons nadrukkelijk ingezet. Soms met zichtbaar resultaat, soms door te voorkomen dat voorstellen verder doorschieten.

Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn: niet alles is tegen te houden. Zo zien we dat politieke keuzes soms snel kunnen veranderen, met grote gevolgen voor ondernemers en zonder voldoende oog voor uitvoerbaarheid en toezicht in de praktijk. Dat maakt betrouwbare bedrijfsvoering steeds lastiger.

Wat mij trots maakt, is hoe de sector zich ondanks die druk blijft inzetten voor kwaliteit, diergezondheid en dierenwelzijn. De praktijk laat zien hoeveel vakmanschap aanwezig is in onze sector. Dat is geen toeval, maar het resultaat van kennis, ervaring en verantwoordelijkheidsgevoel.

Daarom moeten we blijven investeren in de toekomst van onze sector. In opleiding van nieuwe vakmensen, innovatie, digitalisering en samenwerking binnen de keten. Maar ook in communicatie en zichtbaarheid. Want als wij het verhaal van onze sector niet vertellen, doen anderen het voor ons. En dat beeld sluit lang niet altijd aan bij de praktijk.

Met initiatieven zoals RESPECTvee, actieve communicatie en samenwerking met andere organisaties blijven we uitleggen waar onze sector voor staat: vakmanschap, verantwoordelijkheid en een essentiële rol in de voedselvoorziening.

De komende jaren zullen bepalend zijn voor de toekomst van onze sector. Eén ding is voor mij helder: wij blijven ons inzetten voor een sterke, en toekomstbestendige veelogistieke sector. Duidelijk, betrokken en zonder omwegen.