Nieuws

Onderzoek Wageningen University: dieren comfortabel tijdens transport

Vee&Logistiek Nederland heeft in samenwerking met het ministerie van LVVN het project ‘Toekomstbestendig diertransport’ gestart. Tussen 2019 en 2024 zijn 259 commerciële diertransporten door wetenschappers van Wageningen University geanalyseerd. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van data over diertransport, gebaseerd op feiten en wetenschappelijke onderbouwing. Dit is nodig voor het maken van eerlijk beleid.

Vee&Logistiek Nederland vindt het welzijn van dieren tijdens transport van groot belang. Daar zetten we ons samen met onze leden dagelijks voor in. Tegelijkertijd zijn we van mening dat regels en beleid gebaseerd moeten zijn op wetenschappelijk onderbouwde feiten en niet op emotie en incidenten. Dit is belangrijk voor zowel dierenwelzijn als het werkklimaat van ondernemers.

Daarom zijn we in samenwerking met het ministerie van LVVN een onderzoek gestart. Van september 2019 tot en met oktober 2024 zijn data verzameld in verschillende perioden en weersomstandigheden. In totaal zijn 259 commerciële diertransporten door wetenschappers van Wageningen University vastgelegd en geanalyseerd. Het gaat om transporten van vleeskalveren (nuka’s, starterkalveren en slachtkalveren), fokvaarzen en varkens (biggen en vleesvarkens).

Wat is onderzocht?

Het comfort van dieren onderweg is gemeten aan de hand van onder andere liggedrag en drinkgedrag. Ook is gekeken naar rijgedrag en het laden en lossen door chauffeurs, evenals de temperaturen onderweg. In het project zijn daarnaast de toepassingsmogelijkheden van (innovatieve) sensoren, materialen en systemen onderzocht.

Belangrijkste conclusies

Tijdens langere transporten gaan alle dieren tijdens het rijden liggen. Jonge dieren, zoals biggen, gaan zowel bij kort als bij lang transport snel liggen. Bij lang transport maken alle diersoorten en categorieën gebruik van het drinkwatersysteem.

Uit het rapport blijkt dat de manier waarop GPS-data inzichtelijk wordt gemaakt sterk kan verschillen en bovendien niet direct beschikbaar is voor chauffeurs om tijdens het rijden op bij te sturen. Tegelijkertijd laten de beschikbare GPS- en acceleratiedata, in combinatie met videobeelden, zien dat het rijgedrag niet heeft geleid tot aantasting van het comfort van dieren tijdens transport. Op basis hiervan wordt in Nederland geen aparte regelgeving voorbereid die het gebruik van GPS-apparatuur in veetransportwagens verplicht stelt. Wel wordt aanbevolen om de omstandigheden op laad- en loslocaties verder te optimaliseren, aangezien daar de meeste stress voor dieren kan ontstaan.

Wat betreft hittestress is het belangrijk dat het verlagen van de beladingsgraad op zogenoemde ‘hotspots’ in de veewagen een alternatief kan zijn voor het verlagen van de beladingsgraad van de gehele veewagen. Het hitteprotocol van de sector houdt hier al rekening mee.

Vervolg

De resultaten uit dit rapport kunnen worden gebruikt in discussies over verschillende beleidsdossiers, zoals de herziening van de transportverordening. Ook worden de resultaten meegenomen in de evaluatie van het nationaal plan extreme temperaturen.

Voor het optimaliseren van de laad- en losomstandigheden blijven we in gesprek met de primaire sector. Rustig en veilig laden en lossen is essentieel voor het welzijn van dieren. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de omstandigheden en beschikbare hulpmiddelen in de praktijk goed op elkaar aansluiten, zodat transporteurs hun werk zorgvuldig en veilig kunnen uitvoeren.